De geur van de stad

By admin on October 24, 2020 — 2 mins read

In de vrij donkere ruimte in de Czaar Peterstraat hangt een vreemde, indringende geur. Niet per se vies, ook niet fris. Ik kijk om me heen en zie enkele goudkleurige flesjes.

Aan de wand hangt een grote zwart-witfoto van een jonge vrouw, de schouders ontbloot. Met haar lange nek en driehoekige gezicht lijkt ze net een koningin uit het Oude Egypte, een met een vrij forse neus. Dat moet Mona di Orio zijn, de naam die ik op de gevel had zien staan.

Er lijkt niemand aanwezig. “Hallo?” roep ik. Fredrik Dalman komt uit het souterrain. “Hi there,” zegt hij met een vrolijk Scandinavisch accent.

Ik vertel hem waarnaar ik op zoek ben: een flesje Amyitis, omdat ik op het blog van iemand die zichzelf de Geurengoeroe noemt had gelezen dat het de geur van Amsterdam bevat. “Het lichte, vredige en vrije gevoel dat ik hier ruik, ruik ik in geen enkele andere stad,” had Mona di Orio bij de introductie van het parfum gezegd, nu bijna tien jaar geleden.

Amyitis wordt al jaren niet meer gemaakt, zegt Fredrik, maar er zal vast nog wel ergens een flesje rondslingeren. Hij loopt naar het souterrain om te zoeken. Daar blijken honderden kleine, bruine flesjes te staan. Als Fredrik mijn verbaasde blik ziet, opent hij een van de flesjes en houdt het onder mijn neus. Een zoete, scherpe geur dringt binnen. Het is zo sterk dat het even duurt voordat ik doorheb dat het kaneel is dat ik ruik.

“Dit is mijn lab,” zegt hij. “En in deze potjes zitten mijn grondstoffen.”

Hij vertelt hoe hij hier druppel voor druppel parfums creëert, op zijn weegschaal die vier decimalen achter de komma weergeeft. Hier kan hij maanden aan een geur sleutelen, die vaak uit tientallen verschillende ingrediënten bestaat.

Dat maakt hem toch… “Inderdaad,” zegt hij, voordat ik mijn vraag kan afmaken. “Ik ben wat men noemt een neus. Ik ben de opvolger van Mona.”

Fredrik pakt een goudkleurig flesje en vraagt of ik mijn mouw wil oprollen. Op de warmte van mijn arm komt de geur sneller tot zijn recht, vertelt hij.

Ik zou willen dat ik de geur van kruipbraam, szechuanpeper, cederhout, osmanthus en muskus waarover Fredrik vertelt herken, maar ik heb geen idee wat ik ruik. Het enige wat ik weet: dit is iets nieuws. Iets van een heel andere orde dan mijn Axedeo. Een soort teer, is de enige associatie die ik heb. Fredrik glimlacht. Dat kan, zegt hij. Suède de Suède, zijn meest recente parfum, is geïnspireerd op de herinneringen aan zijn met blokhutten gevulde jeugd in de Zweedse natuur.

Fredrik zoekt tevergeefs verder naar Amyitis. Hij zal mijn telefoonnummer aan Jeroen Oude Sogtoen geven, die het parfumhuis in 2004 samen met Mona di Orio oprichtte. Misschien weet hij waar de geur is gebleven.

Lees verder bij Het Parool